Skip to main content
Begin: 25-11-2022 - 12:31 || Eind: 25-11-2022 - 12:31
Locatie:

Roermond, 9 november 2022 – De Limburgse Werkgevers Vereniging (LWV), VNO-NCW in Limburg, is blij dat de minister van EZK de drempel om in aanmerking te komen voor de tegemoetkoming energiekosten (TEK) verlaagt van 12,5 naar 7 procent. Eind vorige maand trok de LWV aan de bel na de bekendmaking van de TEK-regeling voor mkb-bedrijven. De LWV bevroeg haar leden over de werking van de bekend gemaakte regeling en de conclusie was duidelijk: te weinig compensatie voor heel weinig bedrijven. Een fopspeen, zo noemde een van de respondenten het.

De LWV speelde de resultaten van haar enquête door aan politiek Den Haag en aan VNO/NCW. Huub Narinx, directeur van de LWV: “We zijn blij om te horen dat, mede door onze inspanningen, de drempel voor de TEK-regeling verlaagd wordt van 12,5 naar 7 procent. Dat is zeker een stap in de goede richting. Wel blijven we erop wijzen dat er voor Limburgse ondernemers nog steeds geen gelijke compensatie wordt geboden ten opzichte van onze buurlanden. Eerlijke concurrentie met het buitenland en de Euregio is hierdoor nog steeds niet mogelijk.”

Brief naar Tweede Kamer
VNO-NCW/LWV en MKB-Nederland waarderen het dat minister Adriaansens van EZK de regeling na het nodige overleg met het bedrijfsleven al op punten heeft verbeterd, zoals blijkt uit de brief die zij vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Verlaging van de drempel naar 7 procent is een eerste, heel goede stap om de regeling echt effectief te maken. De eerdere drempel van 12,5 procent was het grootste punt, omdat die op voorhand al tienduizenden ondernemers – van bakkers en slagers tot producenten van karton en voeding en metaalbewerkers – uitsloot, terwijl de problemen met de hoge energiekosten daar nijpend zijn.

Overbrugging tot medio 2023
Het kabinet heeft ook maatregelen ter overbrugging getroffen totdat het ‘loket’ van de TEK – medio 2023 – opengaat; zo kunnen ondernemers een verzoek om uitstel bij de belasting indienen en hebben financiële dienstverleners toegezegd soepeler om te gaan met aanvragen voor liquiditeit. De ondernemersorganisaties roepen de Belastingdienst en de banken op al het mogelijke te doen om ondernemers te helpen. ‘Feit is dat veel ondernemers nu al in acute nood zitten, en dan is april of mei nog erg ver weg.  Er zijn al de nodige bedrijven failliet gegaan en andere stoppen of overwegen dat, omdat ze geen perspectief zien. We moeten alles op alles zetten om te voorkomen dat ondernemers de openstelling van de TEK niet eens halen.’

Maximumbedrag niet toereikend
De ondernemersorganisaties schreven eerder deze week een uitgebreide notitie aan de minister en de Tweede Kamer, met daarin voorstellen voor verbetering van de regeling die ondernemers door deze moeilijke periode heen moet helpen. Behalve verlaging van de drempel moet ook het maximum bedrag per bedrijf wat hen betreft omhoog. Voor veel energie-intensieve bedrijven, zoals baksteenproducenten, koelbedrijven en de grafische industrie, is 160.000 euro slechts een druppel op de gloeiende plaat. Een groep van zo’n 10.000 bedrijven in schijf 2 en 3 van de energiebelasting is daardoor niet geholpen, terwijl het Europees steunkader het mogelijk maakt om 2 en in bepaalde gevallen zelfs 4 miljoen euro per bedrijf aan steun te geven. Andere landen maken wel gebruik van die ruimte, waardoor het internationale speelveld ongelijk is voor Nederlandse bedrijven. Binnen het huidige budget van het kabinet van 3,1 miljard euro is het mogelijk om het maximumbedrag te verhogen naar 500.000 euro, aldus VNO-NCW/LWV en MKB-Nederland.

Ongelijk speelveld middenbedrijven en basisindustrie
Ook blijven VNO-NCW/KWV en MKB-Nederland hameren op compensatie voor bedrijven die qua personeelsaantal of omzet (net) niet onder de mkb-definitie vallen maar ook geen grootverbruikers zijn, en voor de circa 700 Nederlandse bedrijven in de basisindustrie. In de basisindustrie moeten bedrijven nu al fors afschalen, omdat volledige productie met de huidige energieprijzen niet te handhaven is. En ook hier geldt dat bedrijven internationaal opereren en buitenlandse concurrenten wel door hun overheden worden gecompenseerd. Om een kaalslag in Nederland te voorkomen – met alle ketengevolgen van dien – stellen de ondernemersorganisaties een aparte regeling voor de basisindustrie voor, waarbij de verduurzamingsplannen van de betreffende bedrijven als voorwaarde gelden voor steun.